Martijn Schraven (1978) is freelance journalist, tekstschrijver, lezer en liefhebber van muziek die al lang niet meer gemaakt wordt. Maar eerst en vooral papa. Thuispapa, om precies te zijn. Dat léék ooit een heel logische keuze. Met regelmaat geeft hij middels zijn columns een inkijkje in zijn dagelijkse beslommeringen.
De thuiswerkplek
Er zitten er momenteel twee kontjes maatje 80/86 op mijn bureau. Nou ja bureau, het is eigenlijk gewoon de eettafel, maar ik schrijf er wel het gros van mijn verhalen. Julia kwam even om aandacht vragen. Hoewel ik een drietal verhalen heb liggen die deze dag nog af moeten, kan ik m’n kleinste meisje moeilijk weerstaan. Haar broer, die zag dit ik haar optilde, liet prompt zijn pluche stokpaard vallen. Zijn woordenschat is nog niet erg uitgebreid, maar ‘ook doe, ook doe’, ken ik en het betekent dat hij eveneens opgepakt wil worden.
Naast huisvader ben ik freelance journalist, als zzp’er eigen baas. Mijn thuis is tevens mijn werkplek. ‘Dankzij’ corona hebben veel mensen inmiddels ervaring met de thuiswerkplek. In een vorig arbeidsleven werkte ik ruim 10 jaar voor het UWV. In die tijd heb ik de nodige kantoorervaring opgedaan. Er valt zowel voor de kantoortuin als voor de thuiswerkplaats iets te zeggen.
Arbowet-technisch is er een hele hoop aan te merken op de thuiswerkplek. De eettafel is volgens mij een tikje te hoog en de bijbehorende stoel is niet in hoogte te verstellen. Evenmin heeft de stoel armleuningen of extra rugsteun. Een werkplekcoach (die bestaan, ik heb ze ooit aan mijn bureau gehad) zou evenmin blij zijn met het te laag geplaatste laptopscherm. Ook zijn er richtlijnen en normen omtrent omgevingsgeluid op de werkplek. ‘Bij blootstelling aan een dagelijkse dosis boven de 80 decibel moet de werkgever gehoorbeschermers beschikbaar stellen’, schrijft de wet voor. Ik heb voor de aardigheid eens een decibelmeter geïnstalleerd op mijn telefoon. Ik zit er zeer geregeld royaal boven.
Qua koffie wint de thuiswerkplek het dik. Zonder twijfel. Daar staat tegenover dat een snelle snack halen in de kantine geen optie is. Ook geen onschuldige flirt bij de koffieautomaat, maar je hoeft je ook niet te melden bij P&O wanneer je een van de medewerkplekgebruikers tussen het werken door even vastpakt om te kunnen kroelen. Het zou voor de hand liggen aan te nemen dat de muziek op de thuiswerkplek aangenamer is. Dat is slechts ten dele waar. Zelf werk ik graag met Ierse folkpunk, Leonard Cohen of Bad Religion op de achtergrond. Degenen met wie ik de werkplek deel geven de voorkeur aan totaal andere muziek of Bumba. Op Bumba kom ik later nog eens terug want ik heb niet de illusie dat ik hier in één zin mijn antipathie voor dit Vlaamse stuk wansmaak kan vatten.
Punt vóór thuiswerken: het kan ongekamd en in een verschoten T-shirt. Punt voor kantoorwerk: werksters die op het eind van de dag een doekje over je bureau halen. Pro: geen oeverloos gezeik van die ene collega aan hoeven te horen. Contra: gezeik (en meer) in pampers.
Werktechnisch bezien voldoet een werkplek buitenshuis al met al waarschijnlijk beter. Maar heej, ik heb hier twee dreumesen naast me op tafel zitten. Dat zijn maar liefst twintig teentjes om in te bijten. En dat doe ik honderd keer liever dan, omringd door hielenlikkers, elke dag de voeten van een baas te moeten kussen.
Tekst: Martijn Schraven
Illustratie: Pix4Profs / Jules Calis