Martijn Schraven (1978) is freelance journalist, tekstschrijver, lezer en liefhebber van muziek die al lang niet meer gemaakt wordt. Maar eerst en vooral papa. Thuispapa, om precies te zijn. Dat léék ooit een heel logische keuze. Met regelmaat geeft hij middels zijn columns een inkijkje in zijn dagelijkse beslommeringen.
Kleuterspijbelaar
Van de week hebben we Laura’s eerste 10-minuten-oudergesprek gehad. Ik moet heel eerlijk zeggen dat het me bijna ontschoten was. Niet in de laatste plaats omdat de juf er klakkeloos vanuit gaat dat ze dit soort afspraken met de moeder moet maken. Dat ik dagelijks aan de schoolpoort sta, is kennelijk onvoldoende om van het vastgeroeste patroon af te wijken. Ook het feit dat we bij inschrijving aangaven dat ik de eerste contactpersoon ben, verandert daar niets aan. Maar goed. Ook als ik wél rechtstreeks door de juf benaderd zou zijn, zou ik er niet heel erg mee bezig zijn geweest. Vooral omdat ze pas krap twee maanden op school zit. Voorafgaand aan haar vierde verjaardag zijn er een paar oefendagen.
Weken, zo niet maanden, heeft ze hier naartoe geleefd. Jaloers op grote zus Lizzy, die ze dagelijks mee weg gaat brengen. Ze gaat vanaf dag één met groeiend plezier naar school. Het afscheid bij de eerste dag deed mij meer dan haar, zo leek het. Ondanks dat ze nooit naar de kinderopvang of peuterspeelzaal ging, zegt ze stoer ‘doei’ om vervolgens samen met de juf haar jas en rugzakje op te gaan hangen. Dat gaat een stuk makkelijker dan bij een klasgenootje dat, afgaande op haar verzet, er vanuit lijkt te gaan dat ze binnen verplicht gaat worden de hele dvd-registratie van de Toppers in Concert te kijken. Wanhopig klampt ze zich vast aan mama’s benen. Laura is inmiddels uit zicht verdwenen en ik ga naar huis. Het is ongelooflijk hoe rustig het kan zijn, bemerk ik. Niet dat Laura zo druk of lastig is wanneer ik thuis aan het werk ben. Maar de dynamiek verschilt nu eenmaal enorm. Twee of drie kinderen maakt nogal een verschil. Laura zit in ‘groepje nul’. Een bezemklasje voor alle kinderen die laat in het schooljaar jarig zijn. Zij maken gebruik van een klaslokaal in de uitbouw, en komen hier binnen via een eigen ingang. Volgend jaar gaat ze naar groep 1.
Wanneer ik haar ’s middags ophaal is ze er helemaal vol van. ,,En weet je papa”, vertelt ze met een twinkeling in haar ogen, ,,er was een jongen en die had een schéétje gelaten!” Tja, met dit soort hilariteit is het natuurlijk een feest om naar school te gaan.
Volgens de juf doet ze het goed. Ze kan in de kringgesprekjes nog wat timide zijn, maar verder lijkt ze haar draai prima gevonden te hebben. Ze is dikke maatjes met Flynn en is dol op de huishoek en de blokkenzolder. ,,Alleen”, zegt de juf. ,,we zijn haar af en toe kwijt.” Pardon? Ik wil niet zo’n curling ouder zijn die alle oneffenheden voor zijn kroost wegpoetst en al helemaal niet zo’n bemoeipapa die denkt iets te moeten vinden van de lesstof en -methodiek of de wijze waarop het onderwijspersoneel haar werk doet. Maar het bijeen houden van de kinderen lijkt me, zeker bij deze kleinsten, toch best een stukje core business van een basisschool. Zo’n groepje nul bestaat nota bene uit amper vijftien kinderen. ,,Nou”, legt de juf uit, ,,ze loopt af en toe achter me langs de klas uit, of ze neemt wanneer ze naar het toilet is geweest expres een andere afslag. Verschillende leerkrachten zijn haar al tegengekomen op de gang. Ze heeft ontdekt hoe ze binnendoor bij de andere klassen kan komen. Ze gaat graag even bij de klas van Lizzy kijken en zwaaien. Ze is erg dol op haar zus.” M’n dochter is vier en spijbelt af en toe. De juf kijkt er wat moeilijk bij maar ik moet er stiekem erg om lachen.
Tekst: Martijn Schraven
Illustratie: Jules Calis / Pix4Profs